Zakelijke aspecten

De Struikrover en de Belastingdienst

Je zou het misschien niet verwachten van een struikrover, maar ik sta netjes ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en betaal mijn belasting als ik daarvoor voldoende inkomsten heb.

Daar waar het niet nodig is blijf ik wel liever weg van administratief werk zoals het bijhouden van een BTW boekhouding. Tot 2018 was dat mogelijk door gebruik te maken van de landbouwregeling.
Vanaf 2018 werd ik hiertoe wel verplicht. Voor de verrekening van de voorgaande jaren vond de belastingdienst het nodig om het bedrijf zorgvuldig te controleren. Deze controle duurde uiteindelijk bijna een jaar, omvatte meerdere bezoeken, aanvullende informatieverzoeken en blijvende meningsverschillen over wat een investering of een kostenpost is. Naast een onbevredigende uitkomst kan ik mij hier vooral mateloos over verbazen.

Dat de Nederlandse belastingdienst weken werk steekt in het terugvorderen van circa 1000 euro omzetbelasting bij een kleinschalig fruitbedrijf dat in haar opstartfase nog geen enkel jaar zwarte cijfers heeft gedraaid. De struikrover vraagt zich net als zovelen af: waar worden mijn belastingcenten aan besteed?

De Struikrover vraagt niet om gedogen

Toen  ik in 2013 begon met de Fruithof heb ik bij aanvang contact gezocht met de gemeente over mijn plannen. Wekenlang bleef het stil, waarna ik er maar eens achteraan belde. ‘Ja meneer, we zijn er mee bezig’, kreeg ik te horen. Nog weer een paar weken later kreeg ik te horen: ‘We konden niets bedenken om tegen te zijn, dus u kunt het gaan doen’.

Vanaf die glorieuze start zet ik bij voorkeur in op gedogen. Ik zorg ervoor dat ik zo min mogelijk overlast veroorzaak, probeer bij te dragen aan een aantrekkelijke leefomgeving, stel mijn tuin open voor bezoekers en zorg er voor dat de tuin past in het landschap.

En ondertussen krijgt de Fruithof steeds meer vorm. Een voorbeeld hiervan is de verkoopunit bij de ingang van de Fruithof. Deze heb ik zelf gebouwd op een verplaatsbaar ijzeren frame. Daar heb ik inderdaad geen vergunning voor aangevraagd. Liever besteed ik mijn tijd aan het bouwen en mijn geld aan mooie (houten) bouwmaterialen. De onzekerheid van een mogelijke verordening draag ik zelf. Immers, gedogen – daar vraag je niet om. Daarmee zou je de verantwoordelijkheid namelijk alsnog bij iemand anders leggen. En dat heeft een struikrover niet nodig…

De Struikrover ontvangt geen cent subsidie

Wat mensen zich vaak niet bewust zijn is dat een initiatief als Fruithof de struikrover op geen enkele wijze subsidie ontvangt. Daarvan kan je zeggen: goed, maar dat zal voor meer initiatieven gelden. Dat is goed mogelijk, maar daar waar het om initiatieven ‘in het groen’ gaat ben ik wel nieuwsgierig naar andere voorbeelden. Zelf ken ik ze niet. Het natuurbeheer en de bosbouw kan niet zonder overheidssteun of particuliere donaties. En ook de landbouw – inclusief grootschalige fruitteelt – staat of valt met subsidies. 

Een kleinschalig en lokaal initiatief zoals de Fruithof moet echter zijn eigen broek ophouden. Die is niet interessant voor de internationale markt en blijkbaar ook niet voor natuurwaarden. En voor gezond voedsel moet de consument zelf maar betalen. Voor mij wordt het er echter niet makkelijker op om een bak aardbeien voor 4 euro te verkopen als hij in de supermarkt voor een (gesubsidieerd) bedrag van 2 euro ligt.

Op zich kan ik er overigens best mee leven. Als ik geen subsidie ontvang, dan hoef ik mij ook niet te verantwoorden. En ik kan als struikrover vol overtuiging zeggen dat ik een eerlijk product verkoop.  

Het woord derving is taboe op de Fruithof

We weten allemaal: het glas is halfvol of het glas is halfleeg. Het hangt er maar net vanaf welk perspectief je neemt. Het moge duidelijk zijn dat op Fruithof de Struikrover het glas halfvol is. Maar bij een klein zachtfruitbedrijf gaat dat niet vanzelf. Een tegenvallende oogst door bijvoorbeeld vogelvraat, nachtvorst of overvloedige regen weegt zwaar door als je de opbrengst nodig hebt om een zware lening af te betalen. En tegenslag is bij de sterke afhankelijkheid van de weergoden eerder regel dan uitzondering.

De belangrijkste strategie om te vermijden dat ik ga denken in termen van opbrengstderving was te voorkomen dat ik rente moet betalen over een geleende investeringssom. Dat klinkt eenvoudig, maar hield bijvoorbeeld wel in dat er geen geld uitgegeven werd aan betaalde arbeid. Ook maakte ik vrijwel altijd gebruik van tweedehands materialen en gereedschappen. Een andere consequentie is dat de Fruithof over meerdere seizoenen is aangelegd – waardoor ik ook meer geduld moet hebben met hogere opbrengsten.

Ik kon dat doen omdat ik een gezond gestel heb en ik naast de Fruithof via advieswerk mijn basisinkomen kan genereren. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Anno 2019 heb ik het idee dat de Fruithof niet zomaar failliet verklaard kan worden. En kan ik met een rustig gemoed kijken naar al het fruit dat wél geplukt kan worden.   

de jonge twijgen
buigen onder het gewicht
van de kruisbessen