Haiku’s

Haiku's

Fruithof de Struikrover is een zelfpluktuin van ca 1,3 ha met daarin een grote diversiteit aan fruit: voornamelijk bessen, bramen, frambozen en aardbeien. Mensen kunnen hier in de zomermaanden langskomen om naar eigen behoefte te plukken. De Fruithof ben ik in 2013 gestart als tegenwicht voor een analytische op kennis gerichte baan. Ik merkte bij mezelf dat ik energie krijg van ‘buiten, met mijn handen werken’ en ik koos er met de Fruithof voor om dat ook daadwerkelijk te gaan doen. Daar heb ik geen spijt van gekregen, ook al is het opstarten van een klein fruitbedrijf niet eenvoudig.

De haiku’s gaan over het leven op Fruithof de Struikrover. Over de beproevingen van een tuinder, over verstilde momenten van schoonheid van de natuur, over de speelse beleving van kinderen die op bezoek zijn en de overvloed aan fruit.

Op de een of andere manier past de haiku erg goed bij Fruithof de Struikrover. De haiku komt voort uit een Japans-boeddhistische traditie en kenmerkt zich door een vast ritme van 5-7-5 lettergrepen. Het zijn vaak natuurbeschrijvingen, ze zijn vrij van oordelen en kennen vaak een seizoenduiding. Bij de haiku is het de kunst om bij de lezer een beeld of een gevoel op te roepen via een puur zintuiglijke beschrijving van een waarneming. 

De haiku vraagt om tijd te nemen voor het bewust waarnemen van je omgeving. Om uit de waan van alledag te stappen en op andere wijze duiding te geven aan het leven. Voor mij persoonlijk ligt daar natuurlijk een parallel met mijn eerder genoemde ‘carrièreswitch’. Maar voor de bezoekers van mijn tuin kan dat ook zo worden ervaren worden.

Een ongeschreven regel op de Fruithof is dat je geen haast moet hebben bij het plukken van een bakje bessen, want dan werkt het niet. Veel bezoekers geven aan dat zij tot rust komen op de tuin en dat zij het plukken van het fruit als een vorm van meditatie beleven. Het zelf verzamelen van je eigen voedsel wordt door bezoekers als een verrijking gezien. Voor mij zijn dat voorbeelden van een bewuste natuurbeleving en ik hoop dat u ze herkent in de struikrover-haiku’s. 

Tot slot moet ik bekennen dat ik in de haiku’s niet geheel vrij van oordelen ben gebleven. De oplettende lezer zal zien dat ik het perspectief van de tuinder heb genomen. Een tuinder die zijn oogst wil beschermen en die onderhoud pleegt in zijn tuin. En ja, dat kleurt de waarneming. Nog altijd kan ik verrast zijn om plots oog in oog te staan met een ree. Maar op de Fruithof heb ik er geen probleem mee dat het zich dan uit de voeten maakt. Ook de prismawerking van het zonlicht in een waterfontein krijgt een andere lading als ik eigenlijk de lekkende druppelslang moet repareren. U zult het me moeten vergeven.

Het maakt wel dat het met recht ‘struikrover-haiku’s’ genoemd mogen worden.