Fruit telen

Een 120m bij 70m vogelnet

Een van de blikvangers op Fruithof de struikrover is het grote vogelnet van 120m x 70m. Ik krijg er vaak vragen over. Is het echt nodig? Raken er geen vogels in verstrikt? En hoe krijg je het er over?

Ik kan je verzekeren dat het vogelnet geen overbodige luxe is. Lijsters en merels vliegen af en aan tussen de aangrenzende houtwal en bessenstruiken. En groepen spreeuwen komen langs en eten in korte tijd de struiken leeg. Er zijn wel verschillen. Het zijn vooral de blauwe en de rode bessen die beschermd moeten worden. De zwarte bessen, frambozen en bramen zijn minder kwetsbaar voor vogelvraat. Daar heb ik dan ook geen net over.

Ik leg het vogelnet over strak gespannen draden op 2,5 meter hoge palen, zodat je er onderdoor kunt lopen. En op de grond verzwaar ik het vogelnet met palen en stenen. Hierdoor staat het altijd strak en kunnen de vogels niet verstrikt raken met hun vleugels. In de eerste week als het hangt moeten de jonge merels er nog aan wennen. Ze proberen er nog onder door te kruipen. Soms lukt dat ook, maar terug krijgen ze dat niet voor elkaar. En ja, ik heb er in de afgelopen jaren een paar (levend) uit moeten knippen. Maar dat mag geen naam hebben.


En dan de uitdaging van het bevestigen over de spandraden. Dat is een kwestie van goede materialen, een doordacht plan en een enthousiast groepje vrijwilligers. In principe glijdt het net prima over de deltex draden en de kunststof kappen op de palen. Dan is het zaak om met behulp van 8 trekkoorden (om de 15 meter) het vogelnet er zo gelijkmatig mogelijk over trekken. Je moet daarbij niet sneller trekken dan je buurman, want dan gaat ie doorhangen. En als hij toch ergens vasthaakt, dan niet forceren, maar één van de coördinators inschakelen. Voor deze actie kan ik altijd rekenen op een intussen geoefend groepje vrijwilligers uit het dorp. En hoewel het altijd weer een spannend moment is, geeft het resultaat altijd veel voldoening. Het blijft een ‘grote impact’ in korte tijd zonder mechanisatie.

Wie nog een aantrekkelijke teambuilding activiteit zoekt mag me bellen.

Favoriete teelt: blauwe bessen

 

vettige plukvingers
poetsen de waslaag weg
donkerblauw is de bes

Als mensen mij vragen naar mijn favoriete teelt, dan noem ik altijd de blauwe bes. Er zijn een aantal redenen voor.

  • Uiteraard is van belang dat het een lekkere vrucht is, dat hij goed groeit op de beschikbare grond, en dat er belangstelling voor is van plukkende bezoekers. Een flink deel van mijn blauwe bessen is intussen productief en daarvan belandt vrijwel niets in de vriezer voor latere verwerking in een jam. Dat komt doordat ze zo goed vers worden verkocht via zelfpluk en afzet in de regio;
  • Verder is de blauwe bes het hele jaar door een aantrekkelijke verschijning: In de winter kleuren de jonge twijgen rood; in het voorjaar heb je de sierlijke witte bloei; zomers hangt de struik vol met blauwe bessen en in het najaar verkleuren de bladeren naar een prachtig dieprood. Voor iemand die jaarrond op de Fruithof werkt weegt dat zeker mee!
  • De blauwe bes past ook uitstekend bij het concept van zelfpluk dat ik op de Fruithof voorsta. Je hebt wel wat geduld nodig om een bakje vol te plukken (in de winkel zijn ze niet voor niets zo duur), maar als onderdeel van de tuinbeleving is dat geen probleem. Daar komt bij dat de blauwe bes haar vruchten lang goed houdt aan de struik. Dit biedt de mogelijkheid om ze over een langere periode aan te bieden – zeker met wat variatie in vroeg en laatrijpende rassen;
  • Het is intussen algemeen bekend dat blauwe bessen gezond zijn en dat trekt mensen die bewust met een gezond voedingspatroon bezig zijn. Daarin herken ik gelijkgestemden en dat vormt een aanknopingspunt voor fijne sociale contacten. Oftewel: Het blijkt dat er leuke mensen afkomen op het plukken van blauwe bessen;
  • Omdat het meerdere jaren duurt voordat je kan oogsten van een blauwe bessenstruik vraagt de blauwe bessenteelt ook veel geduld van de teler. Dat geduld kan niet iedereen opbrengen. Het geduld en lange termijn denken dat nodig is voor de blauwe bessenteelt karakteriseert de teler en zijn naar mijn mening dan ook essentiële kenmerken van een echte struikrover.

Intussen heb ik ongeveer 1/3 deel van de Fruithof vol geplant met blauwe bessenstruiken. Daarmee vormt de blauwe bessenteelt als het ware de motor van Fruithof de Struikrover.

Alternatief fruit

Op Fruithof de Struikrover teel ik ongewone fruitsoorten zoals: honingbes, taybes, vlierbes, rozenbottel, kruisbes, kweepeer, mispel, duindoorn, aroniabes, jostabes, japanse wijnbes en vijgen. Het zijn soorten die je niet vaak in de winkel ziet liggen. Voor een deel moet dat ook de aantrekkingskracht van de Fruithof worden. Dat wat je gangbaar niet kunt krijgen kan je bij Fruithof de struikrover wel vinden.

Maar het blijkt niet een gemakkelijk pad. Onbekend maakt onbemind: ‘Eerst maar eens proeven hoe zo’n taybes smaakt voordat ik er een bakje van pluk’. En er komen niet veel mensen door de toegangspoort met de vraag: ‘kan ik vandaag al jostabessen plukken’? Daar komt bij dat een deel van deze alternatieve vruchten eerst verwerkt moet worden in een jam, saus of siroop voordat het een lekker product oplevert. En wie neemt daar de moeite nog voor in deze drukke tijden?

Toch blijven deze soorten vooralsnog deel uitmaken van de Fruithof. Het is anno 2018 namelijk het eerste jaar dat er serieus van geoogst kan worden. Voorzichtig dienen zich afnemers aan en ook voor het opbouwen van een klantenkring wil ik de benodigde tijd reserveren.

En ja, eerlijk is eerlijk: de teelt van alternatief fruit representeert ook iets van het tegendraadse van een echte struikrover.

Aroniabessen
worden wel gegeten door
lijsters en merels

Rozenbottel
Vijgeboom
Duindoorn
Vlierbes

Druppelirrigatie

In het eerste jaar op de Fruithof werd mij wel duidelijk dat je op een tuin van 1,3 hectare nergens bent met een gieter en wat watertonnen. En dat terwijl bessenstruiken wel water nodig hebben om tijden van extreme droogte te overleven en om mooie dikke vruchten te maken.

Kortom je hebt een goed irrigatiesysteem nodig.  Bij zacht fruit is het gebruikelijk om te werken met druppelirrigatie. Dat ziet er misschien niet spectaculair uit, maar het is wel effectief. Uit elke opening druppelt circa 1,5 liter per uur als de pomp aan staat. Met druppelirrigatie ben je zuinig met water dat je tot je beschikking hebt. En het water komt niet op de vruchten terecht (zodat ze niet gaan schimmelen en je ze kunt blijven plukken).

Het was wel een serieuze investering en een flinke inspanning om aan te leggen. Voor het irrigatiesysteem ben ik – tegen de principes van een struikrover in – een lening aangegaan. Het was in 2015 en de helft van de Fruithof was aangeplant. Het risico op verlies van dit plantgoed bij droogte woog op tegen de druk van een lening bij de bank. Voor mij was het dan ook typisch een ‘go-no go moment’ voor de Fruithof. Anno 2019 is de lening afgelost en kan ik vol overtuiging zeggen dat ik er geen spijt van heb dat ik er voor ben gegaan.